30.11.08

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévi. Ennemis publics. Paris: Flammarion & Grasset, 2008.

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévi. Ennemis publics Stel je voor dat Harry Mulisch en Gerard Reve in hun hoogtijdagen brieven aan elkaar waren gaan schrijven — twee op het oog volkomen verschillende persoonlijkheden die elkaar serieus bleken te nemen en het goed met elkaar konden vinden.

Zoiets is er gebeurd in Frankrijk, waar de linkse, idealistische, mediagenieke filosoof Bernard-Henri Lévy en de cynische, verlegen, opstandige, islamofobe romanschrijver Michel Houellebecq de eerste maanden van dit jaar met elkaar gecorrespondeerd hebben. Het is een verpletterende correspondentie geworden, die vooral gaat over de wonderlijke mengeling van het persoonlijke en het openbare in het leven van de schrijver aan het begin van de eenentwintigste eeuw. De schrijvers (nou ja, vooral Houellebecq) klagen over de manier waarop de media liegen over hun privé-leven, ze doen onderwijl allerlei confessies waarvan ze melden die nog nooit aan iemand anders te hebben gedaan. Houellebecq moet bovendien midden tijdens de correspondentie meemaken dat zijn eigen moeder een boek publiceert om hem zwart te maken. Hij reageert eigenlijk vooral boos en gewond op de idee hoe fijn journalisten dat gesmijt met modder zullen vinden.

Ondertussen leren de mannen elkaar beter kennen, en leert de lezer hen beiden ook beter kennen en waarderen (van Houellebecq heb ik alle romans gelezen, van Lévy verschillende reportages in boekvorm, over Sartre, over Daniel Pearl). Althans, Houellebecq schrijft ergens

nous sommes dans des zones si difficiles, que j'ai l'impression de forer un tunnel, plongé dans l'obscurité, et de vous entendre forer de votre côté, à quelques mètres

Een mooi boek, over hoe twee mannen proberen boven hun publieke imago uit te stijgen, door helemaal niet de vijanden zijn die dat imago zou vereisen, maar twee mensen die het allemaal ook niet zo goed weten, maar in ieder geval worden samengebonden door hun liefde voor boeken en voor Baudelaire.

9.11.08

Harry Mulisch. Twee vrouwen. Amsterdam: CPNB, 2008 (1975).

Harry Mulisch. Twee vrouwen Twee vrouwen is volgens het omslag van de uitgave die ik deze week voor tien euro kocht 'peilloos diep'. Dat is moeilijk te weerleggen: de lezer die de peilloze diepte niet ervaart, is misschien wat oppervlakkig. Maar ik ervaar de peilloze diepte niet.

Het verhaal is tamelijk rechttoe-rechtaan: gescheiden vrouw leert een geheimzinnig meisje kennen, de twee beginnen een relatie; dan loopt het meisje weg met de ex-man van haar geliefde; na een paar maanden komt ze echter weer terug: ze is zwanger van de man, maar dat kind wil ze aan haar geliefde geven. Dan wordt ze echter door de man vermoord.

Waaruit bestaat de peilloze diepte? Niet uit het gevoel. Daarvoor is de liefde tussen de twee vrouwen vooral te vanzelfsprekend. Laura ziet Sylvia en weet: met haar ga ik samenwonen, maar grote hartstocht of tederheid komt daar niet aan te pas. En daarmee worden de gevoelens van verlatenheid als Sylvia wegloopt, of verdriet als ze dood is, ook minder invoelbaar.

Misschien komt de peilloze diepte uit de verwijzingen naar kunst en mythologie? Maar die verwijzingen zijn er ook alleen maar voor zover ze er zijn. Je kunt ongetwijfeld allerlei spelletjes bedenken, alle fallische symbolen en symbolen voor de vagina op een rijtje zetten, maar is dat diep? De gedachten over de verschillen tussen man en vrouw, of over de verhouding tussen de seksen, zijn die diep?

Eigenlijk word je door die 'peilloze diepte' op het omslag vooral op het verkeerde been gezet, want Twee vrouwen is een onderhoudend boek met een mooi verhaal dat knap verteld wordt. Niet ieder goed boek hoeft een verpletterend meesterwerk te zijn.

8.11.08

Barack Obama. The Audacity of Hope. Edinburgh (etc.): Canongate, 2007 (2006).

Barack Obama. The Audacity of Hope Aan het eind van The Audacity of Hope beschrijft Obama zijn eerste persconferentie als senator:

It was my first day in the building; I had not taken a single vote, had not introduced a single bill — indeed I had not even sat down at my desk when a very earnest reporter raised his hand and asked, "Senator Obama, what is your place in history?"

Even some of the other reporters had to laugh.

Het is een kenmerkende anekdote, niet alleen vanwege de lichte zelfspot, en vanwege de persoonlijke toon, maar omdat uit The Audacity of Hope vooral blijkt dat Obama toch stiekem ook wel erg bezig is met zijn plaats in de geschiedenis. Ieder onderwerp dat hij aansnijdt — de verzuring van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, de verhouding tussen de 'rassen', het buitenlands beleid van de VS — wordt eerst en vooral in een historisch kader geplaatst. Hier is iemand aan het woord die heel erg beseft dat het nu een stapje is in de geschiedenis.

Die combinatie met het persoonlijke geeft Obama's eigen toon. Hij beschrijft hoe hij een wet door de Senaat heeft gehaald en daar heel trots over is. Hij belt zijn vrouw Michelle om uit te leggen hoe belangrijk die wet is en zij zegt: 'We hebben mieren! Neem jij onderweg naar huis wat lokdoosjes mee?'

Het boek is zo goed geschreven dat je af en toe een beetje wantrouwig wordt; maar aan de andere kant, waarom zou een politicus ook niet goed kunnen schrijven? Obama kan in ieder geval denken en spreken, en schrijven doet hij kennelijk graag. Al wijst alles erop dat er de komende jaren geen nieuwe titels meer van hem verschijnen — ik verheug me nu al op het vervolg van over tien jaar.