27.12.09

Multatuli. Max Havelaar. Of: De koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy.Project Gutenberg, 2004. (1859)

Multatuli. Max Havelaar Hoe vaak heb ik Max Havelaar gelezen? Ik denk minstens een keer of zes. Maar de laatste keer is alweer minstens acht jaar geleden en dat is jammer, want het is een van de levendigste boeken die ik ken. Om allerlei redenen - het boek is 150 jaar geleden verschenen en de kranten besteden er weer aandacht aan, ik ben e-books aan het lezen en dit boek was de eerste Nederlandse roman die in elektronische versie verscheen, enz. - besloot ik het nu weer te lezen.

Zoals dat gaat: het bleek toch weer rijker dat ik me herinnerde. Zo heb ik eerder geloof ik altijd wat sneller heengelezen over de passages waarin precies wordt uiteengezet hoe Max Havelaar ook in eerdere betrekkingen in Nederlands-Indië, dan zijn baan als assistent-resident van Lebak al onheus bejegend werd door de regering. Nu beken ik dat ik ook nu nog moeite had om precies te volgen hoe dat nu allemaal precies zat, maar ik vond die passages nu toch ook interessant. Wat weet ik toch eigenlijk veel niet over hoe dat zat met die Nederlandse aanwezigheid in dat grote land.

Het boek is ook duidelijker antikolonialistisch dan ik me herinnerde. Natuurlijk, de misstand die in het grootste detail beschreven wordt is dat Inlandse hoofden wordt toegestaan hun bevolking uit te zuigen. Maar je kunt dat ook zien als een manier om de boodschap aanvaardbaarder te maken voor de Nederlandse lezer, en je hoeft niet zo heel goed te kunnen lezen om te zien dat het Nederlands bestuur en vooral het militaire bewind (een dorp is door de Nederlanders aangevallen en staat dus in brand)
ook hard wordt aangeklaagd. Op de een of andere manier had ik dat goede lezen bij een vorige beurt kennelijk achterwege gelaten.

Maar af en toe heb ik ook aan Connie Palmen gedacht. Een paar weken geleden las ik haar essay Het geluk van de eenzaamheid en ik was er niet van onder de indruk. Toch blijkt zich nu een idee uit dat boek in mijn hoofd te hebben vastgezet. Palmen denkt dat alle (goede) literatuur gaat over de manier waarop wij mensen de hele tijd fictie maken van ons leven, om er zin aan te geven, omdat we anders niet kunnen. Er zijn vast verhalen te vinden waarvoor deze stelling van Palmen niet opgaat, maar Max Havelaar is vanaf de eerste tot de laatste bladzijde een uitstekende illustratie bij haar stelling. Tot in de kleinste details gaat het boek over de vraag hoe de waarheid te vertellen. Werkelijk iedere willekeurige zin verhaalt over de manier waarop iedereen de hele tijd zijn eigen waarheid verzint en daar ook onmiddellijk in gelooft. Het mooiste detail: de beschrijving van het huis van de familie Havelaar, die wordt gegeven in een quasi-wiskundige vorm van een raster waarbij voor ieder vakje wordt beschreven wat daar gebeurt.

Het is lange tijd dat ik Max Havelaar gelezen heb, maar als ik het goedheb ben ik niet de enige. Ik heb het idee dat de Multatuli-verering in Nederland pakweg twintig jaar geleden groter was dan nu. Je las toen regelmatig columnisten en andere schrijvers die hun onversneden liefde voor de negentiende-eeuwer zongen. Misschien lees ik de verkeerde dingen, maar dat soort liefdesbetuigingen lees ik niet meer. Dat is onterecht, en misschien zelfs een slecht teken, want er is geloof ik toch echt geen betere schrijver in het Nederlands geweest dan Multatuli.

23.12.09

Otto Boele. Erotic Nihilism in Late Imperial Russia. The Case of Mikhail Artsybasjev's Sanin. London: The University of Wisconsin Press, 2009.

Otto Boele. Erotic Nihilism in Late Imperial Russia
De roman Sanin van de Russische romanschrijver Michail Petrovitsj Artsybasjev (1878-1927) valt gratis van het internet te downloaden in een Engelse vertaling door de Engelse dichter Percy E. Pinkerton. De held van Artsybajevs verhaal, Vladimir Sanin, is een gedesillusioneerd man, iemand die waarschijnlijk in de revolutie van 1905 zijn idealen verloren heeft en zich nu overgeeft aan lichamelijke genoegens en cynische gedachten.

Ik heb het boek gedownloaded omdat ik het onlangs verschenen boek van Otto Boele las dat helemaal over die roman gaat, Erotic Nihilism in Late Imperial Russia. The Case of Mikhail Artsybasjev's Sanin. Boele is UD Russische Letterkunde aan deze faculteit en schreef een studie over de manier waarop Sanin in de tijd waarin het verscheen ontvangen werd.

Het boek zorgde namelijk voor nogal wat ophef. Studenten en scholieren waren in deze roerige tijden op zoek naar een nieuwe identiteit en hun opvoeders waren bang dat de jeugd Sanin tot voorbeeld zouden kiezen. In sommige steden gingen geruchten over 'liga's voor de vrije liefde', sekte-achtige gemeenschappen van jongens en meisjes die bij het licht van een enkel kaarsstompje vergaderden om Sanin te lezen en zich over te geven aan ongeremde groepsseks.

Boeles boek is mooi omdat hij Sanin gebruikt als een prisma om de Russische samenleving aan het begin van de twintigste eeuw te beschouwen. Aan de hand van deze inmiddels bijna vergeten roman blijkt Boele van alles te kunnen zeggen over de ontwikkeling van de Russische letterkunde, de relatie tussen hogere en lagere cultuur, de plaats van de censuur tussen de twee Russische revoluties, de manier waarop gewone lezers in de provincie aan hun boeken kwamen, de manier waarop over studenten werd gedacht, en nog veel meer.

Boele laat bijvoorbeeld zien hoe Sanin kon worden beschouwd als een 'held van onze tijd', een personage dat iets essentieels uitdrukte over het contemporaine intellectuele klimaat, doordat het boek geïnterpreteerd werd als voorlopig eindpunt van een reeks fictiewerken waarin een exemplarische jongeling werd voorgesteld. Die reeks was begonnen met Jevgeni Onegin van Poesjkin en had bijvoorbeeld ook al geleid tot de cynische Bazarov in Toergenjevs Vaders en zonen.

Vervolgens resoneerden boek en maatschappij. Vladimir Sanin werd gezien als exemplarisch voor de hedendaagse jongere en vervolgens begonnen jongeren iets van zichzelf in hem te ontdekken dat ze eerder misschien niet zo zouden hebben benoemd en dat bovendien ook niet per se expliciet in de roman aanwezig was. Boele toont aan dat er weinig bewijs is voor de stelling dat jongeren zich massaal met Sanin identificeerden: de brieven, verslagen en opiniepeilingen uit die tijd lieten vooral zien dat mensen zich tegen het 'saninisme' afzetten. De geruchten over liga's voor de vrije liefde bleken uiteindelijk onbevestigd, nooit werd een kelder met ontuchtige jeugd opgerold. Tijdens het debat rondom Arbatsybasjefs boek stond er nooit iemand op die zei: inderdaad, ik ben precies zoals Sanin, kom maar op met je kritiek. Saninisten waren altijd de anderen.

Het interessantste hoofdstuk van Erotic Nihilism is het laatste, waarin Boele een originele eigen interpretatie geeft van Sanin. Volgens hem was de roman een bijdrage aan de discussie over armoe onder studenten die er op dat moment in Rusland werd gehouden. Er waren in de loop van de tijd veel meer studenten gekomen - zoveel dat er niet voldoende traditionele studentenbaantjes waren zoals het geven van bijlessen aan scholieren. Ander, minder intellectueel, werk werd door grote groepen als minderwaardig beschouwd: liever honger lijden dan een bijbaantje in de horeca. Artsybasjef zette zich af tegen die gedachtegang. In navolging van de schrijver Nikolai Breshko-Breshkovskii interesseerde hij zich voor de 'student-worstelaar', die geld verdiende als parttime-beroepssporter. Er staat in het boek een indrukwekkende foto van zo'n student-worstelaar. Sportbeoefening kwam honderd jaar geleden over bijna de hele wereld ineens sterk in de belangstelling te staan - tot schrik van sommige intellectuelen die er vooral een teken van de oppervlakkigheid van de moderne tijd in zagen. Sanin wordt beschreven als een krachtige fysieke verschijning, een mens sana in corpore sano, die bovendien niet te beroerd is om te werken voor zijn boterham.

Uiteindelijk lukte het me niet om Sanin uit te lezen. Tegenover de heftigheid van het wereldbeeld van zijn protagonist, en diens seksuele escapades, zet de schrijver wat mij betreft een nogal vlakke stijl en weinig levendige personages. Boeles studie is interessanter en leesbaarder dan het boek waaraan het is gewijd.

Een (nog) langere versie van dit stukje staat op de website van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden.

19.12.09

Anne Frank. Het Achterhuis. Amsterdam: Contact, 1947.

Dagboek van Anne Frank

Anne Frank is waarschijnlijk wereldwijd de beroemdste Nederlandse schrijfster van de twintigste eeuw en wie weet is dat ook wel terecht. Want zelfs als je afziet van het vreselijke lot dat haar trof, en het schrille contrast dat dit lot vormt met de hoop die ze blijkens haar dagboek tot het eind bleef koesteren, zelfs dan is haar dagboek verpletterend mooi, omdat een meisje je zo nabijkomt door alles over zichzelf te weten en dat in heldere en sprankelende zinnen op te schrijven. Ze zeurt nooit, ze is nooit overdreven vaag of onduidelijk, ze kan heel goed kijken en ze weet hoe ze moet beschrijven wat ze ziet. Meestal lezen Nederlanders het dagboek terwijl ze zelf kind zijn; maar een normaal kind kan niet zien hoe bijzonder Anne was.

Je kunt dat lot natuurlijk niet vergeten. Het onbegrijpelijke van het antisemitisme van de nazis, die drang om een groep mensen dood te drukken, wordt voelbaar in dit meisje dat zo duidelijk niemand kwaad deed. De honger, de eenzaamheid, het gepieker over de haat, zelfs dat ze die dingen in de onderduik moest meemaken snijdt al diep door je ziel, evenals het verwijt dat ze zichzelf af en toe maakt omdat ze het zoveel beter had dan anderen.

Die twee dingen versterken elkaar onwillekeurig. Natuurlijk heeft iemand met een groot talent niet meer recht op leven dan een ander. Maar de gedachte dat al dat streven naar zelfverbetering, al dat studeren, al dat enorme talent, alles wat ze had kunnen betekenen voor de samenleving, uiteindelijk zomaar vertrapt werd, werpt uiteindelijk een grote schaduw over het geheel. "Dat is voor mij het ontroerende van dit dagboek," schrijft Annie Romein-Verschoor in haar inleiding. "Zoals die kleine dappere geranium daar heeft staan bloeien en bloeien achter de geblindeerde ramen van het achterhuis."

Het Achterhuis is als pdf te downloaden van de website van de dbnl.

17.12.09

Gerrit Komrij. Papieren tijgers. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1978.

Gerrit Komrij

Van Gerrit Komrij heb ik bijna alle boeken, of in ieder geval de boeken die verschenen zijn tot ergens begin jaren negentig. Hij was de eerste Nederlandse levende dichter met wie ik een beetje dweepte, als scholier heb ik ooit de premiere van een toneelstuk van hem bijgewoond. Ik leerde gedichten van hem uit mijn hoofd en probeerde te schrijven zoals hij. Op een zeker moment kwam daar verandering in. Niet omdat er iets gebeurde, maar omdat ik mijn belangstelling verloor, zonder dat ik zelfs kan zeggen waarom. Ik heb nog steeds als zijn oude boeken, maar zijn nieuwe boeken heb ik niet meer.

Tussen die oude boeken ontbreekt Papieren tijgers. Ik heb het ooit gehad, maar het is verdwenen, mogelijk heb ik het ooit uitgeleend of ergens laten liggen. Nu heb ik het dan herlezen en wel om te vieren dat ik een nieuw stuk speelgoed heb: een e-book reader. Van de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren heb ik het gedownload, in de vorm van drie pdf's (1, 2, 3). En toen heb ik voor het eerst een heel boek dat niets met mijn werk te maken had vanaf een schermpje gelezen! Wat een prachtige uitvinding, zo'n e-book reader. Het leest echt bijna net zo prettig als een papieren boek.

En dan maakte ik ook nog tussen neus en lippen door hernieuwd kennis met een boek dat ik misschien al vijftien jaar niet meer had aangeraakt, terwijl ik het daarvoor enkele malen gelezen moet hebben. Ik kon me sommige stukken nog herinneren - de hilarische humor, en vooral de woedende aanklacht tegen Scientology, die Komrij in latere stukken zou voortzetten -, maar andere niet meer. Dat komt onder andere doordat mijn smaak duidelijk veranderd is. Grote stukken van Papieren tijgers vond ik nu flauw: waarom is het nodig om bijvoorbeeld boulevardblaadjes aan te vallen? Of om F.B. Hotz op te hemelen? Van de afgekraakte debutanten kan ik er nu nog slechts een terugvinden op Google: Roeland Kerbosch, tegenwoordig eigenaar van een BV in de filmindustrie. De stukken zijn allemaal brilant geschreven en daardoor heel amusant, maar ook te ironisch om de lezer echt te raken ('Eer zal ik kakken in mijn hoed / dan dat ik u mijn ziel blootleg / en zeg wat ik nu lijden moet', dat was toch wel Komrijs lijfspreuk).

Maar dan eindigt het boek ineens prachtig, met essays die indertijd helemaal niet hebben mogen beklijven: een aantal artikelen over de negentiende-eeuw en dan vooral het allerlaatste artikel over enkele totaal en terecht vergeten dichters uit de arbeidersklasse, die zich vooral voegden naar de status quo en daardoor door de dominee, de dokter en de notaris in het hart werden gesloten. Weg is hier ineens de ironie, hier rijst Komrij ineens met al zijn belezenheid, zijn verontwaardiging en zijn goede smaak op van het grijze schermpje van de e-book reader.

(Zie Achille van den Branden en Boeklog voor heel andere manieren om dit boek te lezen.)

15.12.09

Paolo Giordano. De eenzaamheid van de priemgetallen. Amsterdam: Cargo: 2009 (2008).

Paolo Giordano. De eenzaamheid van de priemgetallen.

Vertaling: Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd

Mattia en Alice beschadigen zichzelf en anderen. Het eerste letterlijk: Mattia snijdt in zijn handen, Alice hongert zich uit, en het tweede ook bijna letterlijk. En daarom horen ze misschien bij elkaar, of misschien toch ook niet: zoals tweelingpriemgetallen die vlak in elkaars buurt liggen omdat ze opeenvolgende oneven getallen zijn en toch geen enkele gemene deler hebben.

Eenzaamheid is het sleutelwoord in dit boek, dat in Italië, in Nederland, en vast ook in allerlei andere landen een bestseller is: diepe, onbereikbare eenzaamheid. Dat het zo'n bestseller is, heeft misschien daarmee te maken, en met het feit dat het boek nu ook weer niet vreselijk moeilijk te volgen is. De zinnen zijn kort en simpel, in het verhaal zit een duidelijke lijn, en je steekt er nog een heel klein beetje iets van op, over wiskunde. (Hoewel ik dat eerlijk gezegd het irritantste stukje vindt, de briljante wiskundige Mattia heeft wel heel simpele observaties over wiskunde, als ik het zeggen mag.)

Giordano is vooral goed in het beschrijven van schaamte. Een aantal scenes zijn bijna onmogelijk te lezen, zo genant is de situatie die erin beschreven wordt. Zoals ergens halverwege het boek Alice een eerste afspraakje heeft met een knappe arts, die later haar man zal worden en zich nu enorm heeft uitgeslooft met eten. Van de risotto weet ze nog af te komen met de smoes dat ze allergisch is voor paddestoelen, maar dan komt de dokter met vet gevulde groenten aanzetten. Als hij even weg is, gooit ze een ervan in de wc, maar die raakt daardoor verstopt, terwijl je de tomaat nog duidelijk ziet zitten.

Volgens de flapteksten is De eenzaamheid zo'n beetje de literaire sensatie van dit jaar. Als dat waar is, is de oogst dit jaar mager — ik heb maar weinig boeken gelezen die dit jaar verschenen zijn, dus, wie zal het zeggen. Maar ik heb het boek wel in twee avonden uitgelezen en hoopte zowaar op het eind dat Mattia en Alice elkaar zouden krijgen. Wat gelukkig niet gebeurde.

(Zie Van het boekenfront voor een heel andere manier om dit boek te lezen.)

13.12.09

Connie Palmen. Het geluk van de eenzaamheid. Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2009.

Connie Palmen. Het geluk van de eenzaamheid. Hoe serieus kun je iemand nemen die in vale lompen gehuld pleit voor smaakvoller kleedgewoonten? "De paradox van de stijl", schrijft Connie Palmen in een van de lelijkere passages van haar 'essay' Het geluk van de eenzaamheid, "kenmerkt zich door dezelfde dubbelzinnigheid die ten grondslag ligt aan wat ik als het persoonlijke bestempel: wat markant en eigen is aan onszelf is deels het resultaat van het onzichtbare werk van onpersoonlijke ficties."

Ik vind Het geluk van de eenzaamheid lelijk op bijna ieder niveau dat ik kan bedenken. De individuele zinnen zijn lelijk, er is nauwelijks sprake van enige compositie, doordat er geen voorbeelden worden genoemd en de discussie heel abstract blijft, begint de persoonlijkheid van de auteur nergens echt te leven, en dat alles dus in een pleidooi voor stijl, voor compositie, voor doordenken, en voor persoonlijkheid.

Inhoudelijk lijkt het me ook nog eens romantische onzin: denken dat stijl en persoonlijkheid hetzelfde zijn, dat je in een schrijver die je bevalt een vriend ontdekt. Ik denk dat ik na dit essay geen boeken van Connie Palmen meer zal willen lezen, maar ik heb geen idee of ik haar wel of niet aardig zou vinden in het dagelijks leven.

De recensies die ik heb gelezen, laten dit boekje een polemiek zijn, met Thomas Vaessens, de hoogleraar literatuur die de literatuur zou verkwanselen, en Herman Koch, die een epigoon van J.D. Salinger zou zijn. Ik lees dat er niet zo in (naar Koch wordt inderdaad wel een keer tamelijk expliciet verwezen) en vind het ook niet zo interessant. Eigenlijk vraag ik me sowieso af waarom die hele discussie over hogere en lagere cultuur mij als eenvoudige lezer zou moeten interesseren. Is er een gevaar? Madame Bovary, Don Quichotte en de boeken van Philip Roth (enkele van Palmens voorbeelden) zijn bij iedere beter gesorteerde boekwinkel, en in ieder geval via internet, vrij gemakelijk te verkrijgen. Voor een schrijfster als Palmen, wiens vroege succes op het eerste gezicht vooral te maken had met buitenliteraire factoren, is het misschien belangrijk om haar markt te bevechten. Maar waarom doet ze dat niet door wat mooie boeken te schrijven?

Erin Arvedlund. Madoff. The man who stole $ 65 billion. London: Penguin Books, 2009.

Erin Arvedlund. Madoff. The man who stole $ 65 billion. Het was een paar dagen precies een jaar geleden dat ik de naam Bernard Madoff hoorde. Nog weer een dag eerder had hij zijn zoons verteld dat zijn grote succesvolle bedrijf feitelijk gebaseerd was op bedrog; zijn zoons hebben hem daarop aangegeven bij de politie, en dit jaar werd hij veroordeeld tot 150 jaar gevangenschap.

Wat drijft iemand er toe om miljarden dollars te stelen? Hoe kan iemand die er op de foto's zo vriendelijk en beschaafd uitziet, die zich volgens kennissen ook altijd vriendelijk en beschaafd gedroeg, hoe kan zo iemand zo'n nietsontziende geldwolf zijn geweest? En was hij eigenlijk wel een geldwolf? Was het hem echt om het geld te doen of alleen om de eer en de aanzien? Of was hij gaandeweg verstrikt geraakt in een net waarin hij het ene illegale gat met een nog net iets groter illegaal gat probeerde te stoppen?

Op een heleboel van die vragen geeft dit boek van Arvedlund geen antwoord. Daarvoor zou waarschijnlijk een diepgravender onderzoek nodig zijn, mogelijk een zeer uitgebreid interview met Madoff zelf — al weet je bij zo'n verstokte en gewiekste leugenaar dan waarschijnlijk nog steeds niet wat er uit zal komen. Arvedlund heeft vooral veel verstand van financiën — ze publiceerde in 2001 al een artikel in het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift Barron's waarin ze aantoonde dat er iets niet deugde aan Madoff's handelswijze, maar net als enkele andere klokkenluiders werd ze toen niet geloofd. Het artikel is dan ook het inzichtelijkst als het gaat over de gebrekkige werking van het Amerikaanse systeem, vooral dat van de controle-organen. Madoff had die in zijn zak, door zijn beminnelijkheid, zijn talent (behalve een illegaal had hij ook een groot en succesvol legaal bedrijf, en was hij een van de eersten die via computers begon te handelen in plaats van op de beursvloer), een aura van exclusiviteit en een uitgebreid netwerk van persoonlijke relaties. Interessant is bijvoorbeeld hoe lastig het was om direcht bij Madoff te beleggen. Iemand moest daarvoor een goed woordje voor je doen bij de grote man zelf, en op daarna kwam het bij de meeste mensen niet meer op om dan ook navraag te gaan doen.

Er zijn nog veel open vragen, die ook Arvedlund niet stelt. Waar is bijvoorbeeld al dat geld gebleven? Je kunt je toch niet voorstellen dat iemand miljarden consumeert - een groot deel moet toch in roerend en onroerend goed zijn gaan zitten, waarvan je je zou kunnen voorstellen dat het verkocht kan worden. En wat was nu precies de rol van Madoffs vrouw, broer, zoons en andere familie? En waarom werden zij niet meteen ook vervolgd? Ik hoop het over een paar jaar nog eens in het definitieve werk over deze fascinerende kwestie te lezen.