Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit november, 2011 weergeven

Giovanni Filocamo. Il matematico curioso. Milano: Kowalski, 2010

Wiskundeboeken zijn zo te zien populair in Italië, de laatste jaren. Wat voor sociologische verklaring je daarvoor zou kunnen geven, ik weet het niet, althans ik kan van alles verzinnen dat perfect van toepassing zou zijn (in tijden waarin mensen politieke en maatschappelijke corruptie beginnen te voelen, krijgen ze een hang naar de zuiverheid van de wiskunde), maar zodra je zoiets empirisch gaat bekijken, zakken dat soort analyses meteen door hun hoeven: gaat publieke belangstelling voor wiskunde samen met maatschappelijke onrust? Nee. Zijn onrustige samenlevingen bijzonder gevoelig voor wiskunde? Ook niet. Ik heb zelf in ieder geval het afgelopen jaar enkele populair-wetenschappelijke boeken over wiskunde gelezen. Il matematico curioso, een boek van de jonge Italiaanse natuurkundige Giovanni Filocamo. Ik deed dat voor een deel ook om oneigenlijke redenen: ik wil mijn Italiaanse woordenschat wat vergroten en daarom wat meer Italiaanse boeken lezen over allerlei onderwerpen. Il mat…

Karl Popper. Unended Quest An Intellectual Autobiography. London: Routledge, 2009 (1992).

Karl Popper was naar eigen zeggen op zeker moment 'de gelukkigste filosoof in Engeland die ik ken'. Dat geloof je als lezer van deze autobiografie graag, want het geluk van de filosofie spat van de pagina's af — bijvoorbeeld doordat Unended Quest als autobiografie totaal mislukt. Over Poppers vrouw komen we bijvoorbeeld weinig meer te weten dan dat ze zijn boeken overtypte; of ze kinderen hadden, weet je niet. Had hij vrienden, huisbazen, collega's? Je komt het niet te weten? Gaf hij weleens college, trad hij weleens in het openbaar op, ging hij weleens bij zijn moeder op visite? Wie dat soort dingen wil weten, kan in Unended Quest niet terecht. Hij probeert het wel, in de eerste bladzijden van het boek vertelt hij nog wel wat over zijn ouders, al is het niet veel. Maar al heel snel geeft hij het allemaal op en wijdt zich alleen nog maar aan zijn werk en zijn ideeën. Zelfs die behandelt hij trouwens niet autobiografisch; over de manier waarop ze tot stand kwamen of z…

Allard Schröder. Het meisje met de afstandsbediening. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011

Er wordt een spelletje met ons gespeeld. Op het omslag van Het meisje met de afstandsbediening staat een tekst waarin onder andere staat: "Allard Schröder heeft een veelzijdig oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit romans, novellen, verhalen, vertalingen en essays. [...] Schröders poëzie is tegelijk ernstig en vrolijk, maar altijd lyrisch geschreven in een breed scala van stijlen en thema's, die onder de soepele pen van de ervaren auteur tot een eenheid zijn gesmeed."Dat moet een parodie zijn, met die soepele pen van de ervaren auteur en dat tegelijk ernstig en vrolijk, maar altijd lyrisch. Dat kan een mens toch niet allemaal serieus menen, zoveel oubolligheid bij mekar, en dan tegelijk ook nog bij een gerenomeerde (om niet te zeggen: ervaren) literaire uitgever als De Bezige Bij werken? En dan het nawoord, waarin de dichter dingen zegt als 'In al die jaren dat ik proza en essays schreef, heb ik ook wel eens een gedicht gemaakt, meestal op momenten dat ik niets…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Lucebert. op mijn rug rust de wind. drie voordrachten uit 1949. Rimburg: Huis Clos, 2011

Met mijn vriend W. heb ik het de afgelopen maanden veel over waanzin gehad. Een gek - een psychoot om precies te zijn? - ziet de wereld anders, maar wat betekent dat? Om te beginnen weet niemand wat de werkelijkheid is. Hoe langer en dieper je nadenkt over de eenvoudigste dingen – de tijd, de ruimte, de taal – hoe duidelijker het wordt dat we eigenlijk niets begrijpen en niets weten. Normaal zijn betekent volgens W.: je daarom vasthouden aan conventies. Je observeert de klok en de kalender en je pretendeert daarmee, ook voor jezelf, dat je daarmee weet wat tijd is, ja, deze zelfs onder controle hebt. Waanzin betekent dat je die conventies om wat voor reden dan ook verliest. Je spiegelt je gedachten niet meer aan die van anderen, je komt ineens los te staan, en komt in het moeras van de onzekerheid. Meteen beginnen gekken hun eigen zekerheden te creëren, die los staan van de conventionele: dat is de waanzin. De mystiek lijkt in deze visie veel op de waanzin: ook daar raak je los van…

Quintus Horatius Flaccus. Verzamelde gedichten. Historische Uitgeverij, Groningen, 2003 (1e eeuw v. Chr.)

Vertaling: Piet Schrijvers Wanneer kun je zeggen dat je het verzameld werk van een klassieke dichter uit hebt? Voor de meeste mensen is zoiets natuurlijk geen probleem - het wordt het ineens als je een weblog hebt waarin je iets opschrijft over boeken die je zojuist hebt uitgelezen. Het moment komt wat mij betreft in het geval van Horatius misschien wel nooit. Ooit heb ik hem geadopteerd als favoriete dichter, zonder eigenlijk veel van hem te weten. En jarenlang heb ik me beperkt tot wat waarschijnlijk allerwegen wel als de kern van zijn werk beschouwd wordt: de oden, waarvan ik heel veel flarden en sommige hele gedichten uit mijn hoofd ken. Maanden geleden besloot ik dat ik de rest van zijn werk nu ook eens systematisch door moest nemen en dus begon ik op bladzijde 1 van Piet Schrijvers' vertaling van de Verzamelde gedichten die ik al jaren in huis heb — de vertaling is van 2003, het zou me niet verbazen als bleek dat ik ze toen ook gekocht heb. Dat systematische heb ik niet h…

Arnon Grunberg. De mensendokter. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 2011.

Ik meen een aantal dingen te begrijpen over Arnon Grunberg. Dat hij niet van cabaret houdt, bijvoorbeeld, daar kan ik me wel in verplaatsen. In zijn nieuwe boek De mensendokter, een verzameling stukjes uit Vrij Nederland waarin Grunberg (levens-)vragen beantwoordt van lezers. Ik houd ook niet zo van cabaret, en des te meer van Lieve Lita-achtige rubrieken. Hoewel het allebei vormen van moralisme zijn, staan ze haaks tegen elkaar. In het cabaret wordt een boodschap van een kant van de zaal de andere ingeslingerd, worden mensen belachelijk gemaakt en weten we met zijn allen in de zaal het gelukkig beter. In zo'n vragenrubriek worden mensen serieus tegemoet getreden, en wordt ieder zijn eigen probleem gegund. Een fijne Amerikaanse rubriek op internet is Since you asked in het tijdschrift Salon. In Nederland bestaat wel veel cabaret, maar zijn er maar weinig van dit soort rubrieken. Als Grunberg een brief krijgt waarin staat "Mensendokter, ik voel me goed met mijn vrouw en dri…