29.6.15

Antoon van Hooff. Marcus Aurelius. De keizer-filosoof. Amsterdam: Ambo, 2012.

Er zijn weinig keizers uit de oudheid die we zo intiem kennen als Marcus Aurelius. Dat komt doordat hij een geschrift heeft nagelaten waarvan je redelijker wijs kunt vermoeden dat hij het schreef voor zichzelf, een soort dagboekje met vermaningen om tijdens alle gedoe (keizer zijn betekent: te maken hebben met gedoe) de stoïcijnse wijsheid te blijven beminnen. Daarnaast hebben we dan ook nog een uitgebreide en redelijk openhartige correspondentie tussen Marcus en zijn leermeester.

We kennen niemand zo intiem en toch spat de wanhoop van de pagina's van deze biografie die Antoon van Hooff van Keizer Marcus schreef: hoe krijg ik deze pagina's toch gevuld? Hij haalt er van alles en nog wat bij — tijdgenoten van Marcus die een mening hadden over het leven, Van Hooffs eigen moeder die ooit op school een boekje over heiligen had gelezen, en wat niet al. Sommige van die dingen zijn op zich nog wel interessant ook, mar omdat je de indruk hebt dat ze vooral de bladzijden moeten vullen, raken ze minder.

Een probleem is daarbij dan ook nog dat de meditaties van Marcus Aurelius zelf nog steeds te lezen zijn zonder voetnoten of historische context. Je kunt ze alleen nog een leer in je eigen woorden samenvatten, maar daar heeft niemand wat aan.

Ik lees zulke observaties in ieder geval vooral alsof ze tussen haakjes staan: oppervlakkiger, ongeduldig wachtend tot het echte verhaal wordt voortgezet.

Maar dat echte verhaal blijft dus dun. We hebben die stoïcijnse aantekeningen en die correspondentie, en Marcus publieke daden zijn beter gedocumenteerd dan die van welk van zijn tijdgenoten ook, en toch weet Van Hooff hem niet dichterbij te krijgen.

Carlo Fruttero. Da una notte all'altra. Passegiando tra i libri in attesi dell'alba. Milano: Mondadori, 2015.

Wanneer je een Italiaan de titel van een klassieker noemt die je aan het lezen bent — I promessi sposi, Hamlet, les misérables — roept hij uit 'Bello!', en gaat weer verder met het gesprek. Het is een beetje zoals Amerikanen aan iedere vreemde vragen 'How are you today?': je kunt zeggen dat het maar een kreet is, dat het oppervlakkig is, dat het de spreker niet werkelijk diepgravend interesseert. Maar het is, hoe vluchtig ook, toch ook een teken van respect. Voor de vreemdeling van de Amerikaan. Voor het boek van de Italiaan.

Da una notte all'altra is een boek waarin de journalist en schrijver Carlo Fruttero aan het eind van zijn leven over een aantal boeken 'Bello!' roept. Het boek heeft de losse structuur van een fragmentarisch gesprek tussen twee naamlozen over boeken. Na 1 of 2 pagina's gesprek volgt dan een samenvatting van een boek, van eveneens 1 of 2 pagina's.

Veel wordt er over ieder van die boeken niet gezegd. Een samenvattinkje van de inhoud, iets over de schrijver, een korte verklaring wat Fruttero zo aansprak in boek of schrijver. En vaak zijn niet eens al die ingrediënten aanwezig.

Maar het is een fijn vliegveldboek, niet te zwaar, en je wordt weer eens herinnerd aan eigen leeservaringen, en aan boeken die je eigenlijk nog zou moeten lezen. Het is de humuslaag van een cultuur die waardering heeft voor boeken — dat er af en toe iemand zegt dat Les misérables een mooi boek is.



13.6.15

Erik Jan Harmens. Hallo muur. Lebowski Publishers, 2015.

Sommige mensen lezen om zich te identificeren – ze hebben bijvoorbeeld een gebroken been en lezen dan over iemand die ook zijn been gebroken heeft. Dat motief heb ik niet, ik heb slechts zelden het idee dat ik een boek mooi vind omdat ik me zo goed in de protagonist of in de schrijver kan verplaatsen.

Bij Hallo muur had ik dat gevoel van identificatie veel meer. Terwijl mijn achtergrond een heel andere is – mijn ouders zijn niet gescheiden, mijn vader is geen alcoholist – en mijn geschiedenis ook een heel andere – ik heb wel gestudeerd, ben niet zwaar aan de drank gegaan, heb geen kinderen, en ben ook geen podiumdichter geworden. Toch had ik op een wonderlijke manier het idee dat ik me in Erik Jan Harmens, de hoofdpersoon van deze roman, kon verplaatsen.

Voor een deel komt het misschien doordat hij ongeveer even oud is als ik en zijn leven dus in ieder geval in tijd en ruimte tamelijk parallel is. Maar het komt vooral door een toon, een manier van naar de werkelijkheid kijken, die me erg bevalt – de droge, kalme melancholie vooral die over het hele boek hangt. Je hebt de keus nog niet gemaakt om niet meer te drinken en je voelt al dat je daarmee toch ook iets afsluit. Je gaat scheiden terwijl je weet dat het ellende is. En dan het schuldgevoel, dat ervoor zorgt dat jij maanden lang bij je moeder op een matrasje gaat wonen na de scheiding, hoewel het helemaal niet duidelijk is waar jij dan schuldig aan bent.

Het lezen van Hallo muur is daarmee een heel bevredigende ervaring – ineens begrijp je waarom mensen zo graag boeken lezen waarmee ze zich kunnen identificeren. Het is een soort lezen waardoor je leven ineens verbreed wordt: als ik een alcoholische vader had gehad, als ik in kringen was gekomen waar veel gedronken wordt, dan had ik het ook op een zuipen gezet. De vrouwen die ik in mijn leven ben tegengekomen waren heel anders dan Erik Jans Lieke, maar als ik haar was tegengekomen en zij had ook wat in mij gezien, dan was het ook zo gegaan.

Ik ben Erik Jan Harmens gevangen in het lichaam van Marc van Oostendorp.

10.6.15

David Nicholls. Us. Hodder & Stoughton, 2015 (2014)

Douglas is een man van wie je alleen kunt houden als je binnenin hem zit: iemand die te goed weet hoe het allemaal moet, iemand die zich ergert aan gezinsleden die het verkeerd doen, iemand die denkt dat hij waardering niet hoeft te uiten omdat die vanzelf spreekt. Iemand zoals u en ik.

Aan het begin van Us vertelt zijn vrouw Connie hem dat ze niet gelukkig is, dat ze als hun zoon na de zomer het huis uit gaat, zelf ook naar elders wil vertrekken. Ze zullen alleen de zomervakantie nog samen doorbrengen, op een door Douglas georganiseerde Grand Tour door Europa. Die vervolgens faliekant dreigt te mislukken.

Us heeft in de verte iets van een romantische komedie, zo'n verhaal waarin het mis is tussen twee personen en het uiteindelijk allemaal goed lijkt te komen. Hoewel het uiteindelijk niet allemaal goed komt, althans, niet tussen de personen van wie je verwacht dat het ze het allemaal wel goed zullen maken. Het is af en troe grappig op de manier waarop Engelse boeken grappig kunnen zijn – door zelfspot over de stijfheid en de emotionele beperktheid van de Engelsman – maar op een bepaalde manier is het tegelijk ook heel bitter, en laat het je het menselijke tekort, je eigen menselijke tekort, goed voelen, tenminste wanneer je weleens een relatie zo hebt laten mislukken dat de ander uiteindelijk de relatie verbrak. Mooi boek!