Doorgaan naar hoofdcontent

George Eliot. Middlemarch. A Study of Provincial Life. ManyBooks, 2010 (1871).

George Eliot. Middlemarch Hoe voelt het om erachter te komen dat de man met wie je trouwde omdat hij zulk indrukwekkend intellectueel werk deed, eigenlijk niets tot stand brengt? Hoe voelt het om die man te zijn? Hoe is het om een toespraak te houden tegen een aantal boeren die zich aan het begin van de negentiende eeuw verzetten tegen de komst van de trein? Hoe voelt het om zo'n boer te zijn? Hoe voelt het om je jarenlang moreel superieur te hebben voorgedaan en dan ineens en plein public overvallen te worden door gokwoede? Hoe voelt het om te zien hoe dat je zwager overkomt?

De triomf van de negentiende-eeuwse roman is dat de lezer een situatie vanuit allerlei gezichtspunten ziet. Iedereen heeft op zijn manier gelijk; dat vormt de tragedie. Zo bezien is het niet zo vreemd dat grote schrijvers en lezers als Virginia Woolf en Martin Amis hebben verklaard dat Middlemarch de belangrijkste Engelse negentiende-eeuwse roman is. Het is een verbijsterend boek omdat het je mogelijk wordt gemaakt om in iedereen in te leven - het verwende wicht, de man die het liefst ongestoord wil werken maar er niet van houdt zichzelf te verkopen, de zwager die eigenlijk met de zus van zijn vrouw getrouwd had willen zijn, de veel te goedmoedige dominee, de provinciaalse ijdeltuit - je begrijpt ze allemaal, maar elkaar begrijpen ze niet.

Wat een boek is dit. 700 pagina's lang, ik heb er weken over gedaan, maar geen moment tegenzin gehad. Romans, vooral negentiende-eeuwse romans zijn vaak zo: de eerste twintig of dertig pagina's moet je wennen aan het verhaal, ben je bezig om alle personages uit elkaar te houden of je door uitgebreide natuurbeschrijvingen een weg banen. En de laatste dertig of twintig pagina's is het boek klaar en slaat de lezer het alleen maar niet dicht uit beleefdheid jegens de auteur.

Zo is het allemaal niet met Middlemarch. Vanaf het begin wordt je meegetrokken in het verhaal van het complexe netwerk van menselijke verhoudingen in een Engels stadje. Het boek begint en eindigt daarbij met de relatie tussen twee zusters, Dorothea (die een van de hoofdpersonen van het boek is) en haar jongere zus Celia. Die verhouding wordt zo genunanceerd beschreven doordat je hem van beide kanten ziet en hem dan ook nog door de tijd ziet ontwikkelen - Dorothea beschouwt Celia als een onnozel kind dat geen interesse heeft in het hoge en het goede, Celia beschouwt Dorothea als een onnozel kind dat geen weet heeft van de werkelijke wereld - dat hij een mooie spiegeling is voor alle andere verhoudingen. En zo zijn er zoveel scenes in dit boek die je nooit meer vergeet - als alle schrijvers zo waren als George Eliot zou ik echt nooit meer mijn bed uitkomen en alleen nog maar lezen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…