29.12.14

Douglas Hofstadter en Emmanuel Sander. Surfaces and Essences. Analogy as the Fuel and Fire of



Thinking. New York: Basic Books, 2013.Iedere wetenschapper die weleens geïnterviewd is kent het verschijnsel: journalisten willen altijd concrete voorbeelden, liefst uit het eigen leven van de onderzoeker. Als de dood voor abstracties zijn ze, in naam van hun lezers, die kennelijk altijd liever over concrete eekhoorntjes en fondanten gebakjes lezen dan over iets abstracts.

Iedereen met die obsessie zou verplicht Surfaces and Essences moeten lezen, het perfecte antigif tegen die voorbeeldenobsessie. 594 pagina's vol voorbeelden krijg je voorgeschoteld, het ene nog concreter en persoonlijker dan het andere. Voorbeeld op voorbeeld, voorbeeld van voorbeeld, tot je als lezer smeekt om enige abstractie, iets wat die voorbeelden overkoepelt. Nee, door gaat het weer, in voorbeelden.

Dat is ook de essentie van het boek: dat mensen denken in voorbeelden, of deftiger gezegd, in analogie. Je ziet het ene, en het doet je denken aan het andere, preciezer dan dat wordt het hele idee van analogieën niet gemaakt. Wel wordt het voorzien van vele voorbeelden. Abstracties zijn eigenlijk vooral samenklonteringen van heel veel voorbeelden. Alles is een voorbeeld. Eekhoorntjes, bijvoorbeeld, en fondanten gebakjes.



24.12.14

Esther Gerritsen. Roxy. Breda: De Geus

Roxy is Esther Gerritsens doorbraak bij mij. Enkele jaren geleden moet ik haar naam hebben zien voorbijkomen, in een recensie misschien, of een overzicht van nieuwe schrijvers. Ik heb weleens een interview met haar gehoord, ik heb ook weleens met een boek van haar in handen gestaan. Maar iets gelezen van haar heb ik geloof ik nooit.

Onlangs las ik ergens dat ze een van de belangrijkste schrijvers van haar generatie was, en ook een interview met haar. Dus heb ik Roxy gekocht en ben erdoor overrompeld.

Roxy is het verhaal van een vrouw die op een dag te horen krijgt dat haar man is doodgereden terwijl hij naakt in de armen van zijn minnares lag. Tot die tijd was die man haar burcht. Roxy had ooit een rauw boek geschreven waarin ze afrekende met haar Brabantse ouders, was tijdens een interview de succesvolle producer Arthur tegengekomen en had op zolder in hun huis nog twee veel te geconstrueerde romans geschreven. Nu ze ineens weduwe is van een man die haar blijkt te hebben bedrogen, slaat ze los.

Maar dat is allemaal niet wat indruk op me maakte. Het verhaal is nog wat ingewikkelder dan dat, maar het gaat niet om dat verhaal. Het gaat ook niet om de stijl en de taal, al zitten die nergens in de weg — dat is al heel wat. Het gaat om de psychologie, om de complexiteit van Roxy die je daar ineens in alle subtiele onbegrijpelijkheid krijgt voorgeschoteld: ze is een beetje gek, ze is een beetje onaardig, ze is een beetje onverantwoordelijk, maar je begrijpt het allemaal, nog nooit is zo overtuigend beschreven waarom iemand een weiland in loopt en daar een aantal schapen op hun rug legt. Daar komt dan een bijna Tolstojaanse aandacht bij voor alle bijpersonages: hoe klein hun rol ook is, ze zijn zonder uitzondering echt mensen.

Ik ben verkocht. Wat fijn dat Gerritsen al een hele carrière heeft opgebouwd. Zo kan ik veel meer van haar lezen.

 

15.12.14

Vrouwkje Tuinman. Sanatorium. Cossee, 2014.

Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik heb een paar jaar geleden ook al een bundel van Vrouwkje Tuinman gelezen (Wat ik met de sleutel moet), en die vond ik toen best aardig. Nu heb ik deze nieuwe gelezen en ik ben sprakeloos.

Wat is dit slap.

De gedichten gaan allemaal op de een of andere manier over ziekte. Ze zijn allemaal, zonder enige uitzondering, krachteloze, op het papier geworpen knoedels woorden met daarin over het algemeen een nogal triviaal inzicht: dat ziektes vervelend zijn. Maar dat kinderen het juist fascinerend en fijn vinden om 'schoolziek' te zijn. Dat een demente vrouw soms juist 'als enige hier, goed bij haar hoofd' kan zijn.

Als er al eens een aardige metafoor wordt gebruikt, wordt die in de volgende regel al onbarmhartig verpest door hem, godbetert, uit te gaan leggen:

De auto's zijn de verstandskiezen van de straat,
te veel volume voor te weinig kaak.

Met de taal wordt verder weinig gedaan, grote gevoelens of indrukwekkende gedachten worden er niet uitgedrukt. Het kabbelt allemaal maar een beetje voort. Waarom dit opgeschreven? Waarom hier een kaftje omheen gedaan? Waarom dit gekocht?

Ik ben bang dat ik als ik later dood ben van Vrouwkje Tuinman precies twee bundels gelezen zal blijken hebben.

13.12.14

John Eliot Gardiner. Music in the castle of heaven, A portrait of Johann Sebastian Bach. Penguin, 2014.

Was er ooit een saaier genie dan Johann Sebastian Bach? De man die zoveel tijd aan het componeren van meesterwerken besteedde dat hij geen tijd kan hebben gehad voor uitspattingen, woedeaanvallen, geheime liefdes of onuitstaanbaar gedrag?

Wat een onzin. Een leven is alleen saai als je gevoelens of geslemp tot een essentieel onderdeel van een leven beschouwt. Wie een leven wijdt aan de mooiste muziek die er ooit geschreven is, kan je natuurlijk geen saai leven hebben. Dat leven speelt zich alleen af tussen vijf lijntjes.

John Eliot Gardiner is een van de beste Bach-dirigenten van deze tijd. Hij begrijpt hoe boeiend een leven kan zijn als het door Bach geleid wordt, omdat hij leven kan zien in zo'n beetje iedere maat die de meester geschreven heeft. Music in the castle of heaven is daarmee een kunstenaarsbiografie zoals kunstenaarsbiografieën horen te zijn: een die gaat over het belangrijkste deel van het leven van die kunstenaar, zijn werk.

De kern ligt daarbij voor Gardiner bij de cantates en de passies, waarvan een zeer groot gedeelte in zeer veel detail worden uitgeplozen (de passies krijgen ieder zelfs een eigen hoofdstuk). De precieze structuur, de manier waarop Bach tegen sommige al te rigide eisen van de 'kenners' van zijn tijd inging. En het woeste leven dat de man er als componist en uitvoerder omheen moet hebben gehad: drie jaar lang schreef hij iedere week een complete cantate en studeerde deze in met een niet altijd even getalenteerd of enthousiast gezelschap.

Voor mij werkt dat alles: door de oren van Gardiner ben ik heel veel stukken – ook heel bekende – ineens anders gaan horen. Ik las het boek als e-boek op mijn iPad, met Spotify de hele tijd op de achtergrond. Je hoort dan ineens wat een mens die Bach toch ook is geweest, een mens die in opstand kwam tegen de domheid van zijn tijd, een mens met oprechte (al dan niet religieuze gevoelens), een mens met een indrukwekkend talent en een even indrukwekkend werkvermogen – maar toch in de eerste plaats ook een van ons.

Wat dat betreft vind ik het boek ondanks de vele honderden pagina's nog veel te dun. Wat jammer dat Bachs niet-religieuze werk (de Brandenburger concerten, de Goldbergvariaties, de viool- en cellosonaten, noem maar op), niet eenzelfde uitvoerige analyse hebben gekregen! Meer, meester Gardiner, meer! Het voelt nu toch net alsof er allerlei delen van het leven zijn overgeslagen!

Nee hoor, dat is natuurlijk onzin. Er bestaat altijd nog de autobiografie van de meester, die je nu door Gardiner zelf kunt lezen. Integraal op Spotify.