28.10.10

K. Michel. Bij eb is je eiland groter. Amsterdam: Augustus, 2010.

K. Michel. Bij eb is je eiland groter Marc:
  • advises everybody to learn Dutch, in order to read the new collection of poems by K. Michel
  • conseille à tout le monde d'apprendre le néerlandais, afin de pouvoir lire la nouvelle collection de poèmes de K. Michel
  • consiglia a tutti di imparare l'olandese, al fine di leggere la nuova raccolta di poesie di K. Michel
  • konsilas al chiuj lerni la nederlandan por legi la novan poemaron de K. Michel.
  • ermutigt alle, Niederländisch zu lernen, um die neue Gedichte von K. Michel lesen zu können.
  • συμβουλεύει όλους τους ανθρώπους να μάθουν ολλανδικά, για να διαβάσουν τη νέα συλλογή ποιημάτων του Κ. Michel.
  • menasehati semua orang untuk belajar bahasa Belanda sehingga dapat membaca koleksi sajak baru oleh K. Michel
  • fó konsellu ba ema hotu atu ba aprende lia-olandés atubele lee kolesaun K.Michel nia poema foun sira nian
  • ma'ar afu aci ta'a ahar ma'u Olanda luku-lukun a panave hin ta uhulen K.Michel i vaihohon i miri ere lere
  • sukne nvene rimüomüou ma po rvakoli lira Vlade po rleasnene K. Michel tïatakni varüaru.
  • recomienda que todo el mundo aprenda holandés para poder leer la nueva colección de poemas de K. Michel
  • gomendatzen du mundu guztiak holandera ikas dezala, K. Michelen poesia bilduma berria irakurri ahal izateko.
  • مارک به همه پیشنهاد می کنه هلندی یاد بگیرن تا بتونن مجموعه شعر جدید ک. میشل رو بخونن
  • მარკ ვან ოსტენდორფი გირჩევთ ყველას ისწავლოთ ჰოლანდიური, რათა ორიგინალში გაეცნოთ კ. მიჩელის ახალ ლექსების კრებულს.
  • soovitab kõigil õppida hollandi, et lugeda uut luulekogu K. Michel.
    neuvoo kaikkia oppia hollanti, jotta lukea uuden runokokoelman K. Michel.
  • raadt iedereen aan Nederlands te leren, om de nieuwe gedichten van K. Michel te kunnen lezen.
  • raai iedereen aan Hollands te leer, om die nuwe gedigte van K. Michel te kan lees.
  • Comhairleann cách an tOllainnis a fhoghlaim, chun na dáin nua K. Michel a fhéad léigh.
  • aconselha que todo a gente aprenda o holandês para poder ler a nova coleção de poemas do K. Michel
  • szerint mindenkinek meg kéne tanulni hollandul hogy elolvashassa Michel K.uj verseskötetét
  • 鼓勵大家學荷蘭文,為的是要讀K. Michel新出的詩集。
  • sleit all vöör Nedderlannisch to liehrn dat se de Riemels vun K. Michel lesen könnt.
  • Mae yn argymell i bawb ddysgu'r Iseldireg er mwyn medru darllen casgliad cerddi newydd gan K. Michel
  • a ditte ocche v'ambarete l'olandese accuscì putete legge li pujisije di une chi zi chiame K. Michel.
(met dank aan mijn Facebook-vrienden)

23.10.10

Niccolò Macchiavelli. De heerser. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007 (1532).

Niccolò Macchiavelli. De heerser

Vertaling: Frans van Dooren

Het is moeilijk om als lezer niet in opstand te komen tegen Niccolò Macchiavelli, waneer je zijn De heerser leest. Op een dwingende toon word je voorgerekend wat het beste gedrag is voor een vorst, en dat beste gedrag is niet anders te omschrijven dan als: macchiavellistisch. Met de moraal wordt geen rekening gehouden, als je aan de macht wil blijven, heb je niet zoveel aan moraal, behalve als een manier om mensen met je te verbinden.

Je kunt uitgebreid speculeren waarom Macchiavelli De heerser geschreven heeft. Was hij een cynicus die vorsten inderdaad wilde aanraden om alles in te zetten om aan de macht te blijven? Of wilde hij juist het volk waarschuwen tegen rücksichtslose politici? Ik geloof het allebei niet. Dat komt misschien doordat ik een paar jaar geleden onder andere zijn Mandragola las, en hem dus als een ambitieus en enthousiast schrijver heb leren kennen. Ook De heerser heeft Macchiavelli denk ik vooral willen schrijven uit schrijflust.

De heerser is een van de eerste essays die er ooit geschreven en tegelijkertijd een van de beste. Een argument daarvoor is onder andere doordat je hem als lezer eigenlijk nog steeds niet wilt accepteren, de analyse is te scherp en te eerlijk en te niets ontziend. Je ziet Niccolò voor je terwijl hij zat te schrijven, vol plezier over al die striemende zinnen, over zijn eigen moed om de waarheid nu eens zelf onder ogen te zien, zoals hij eerder ook plezier had gehad over zijn toneelstuk of over zijn brieven.

Zoals dat wel vaker lijkt te gaan: iemand vindt een genre uit en is meteen de beste in dat genre. Juist door die bijtende eerlijkheid komt Macchiavelli heel dichtbij, hoeveel verwijzingen hij ook aanbrengt naar de voor mij enigszins ondoordringbare politieke situatie in Italië aan het begin van de zestiende eeuw. Dat dichterbij komen, kwam in dit geval trouwens ook door het heel deskundige commentaar van Frans van Dooren (hoewel die man als hij niet vertaalt af en toe raadselachtig omslachtig formuleert, zo van: "Ik ga nu aantonen dat X. X. Nu ik heb aangetoond dat X, zal ik vervolgens mijn aandacht richten op Y.") Ook het nawoordje van Arnon Grunberg is interessant. Ja, dat is inderdaad onze eigen kleine Macchiavelli, met evenveel plezier in het schrijven van zinnen die de diepten van de menselijke ziel blootleggen.

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria. CPNB, 2010. (Kinderboekenweekgeschenk)

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria Hoewel het een grotemensenboek was dat ik tijdens de Kinderboekenweek kocht, kreeg ik toch het geschenkje mee, Mees Kees in de gloria. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Mees Kees gehoord, of van zijn schepper, de schrijfster Mirjam Oldenhave, en kinderboeken lees ik niet veel, maar ik was nieuwsgierig en het kan niet altijd Macchiavelli zijn wat de klok slaat, dus ik probeerde het.

Mees Kees in de gloria is als ik het goed zie het zesde deeltje in een serie boeken over 'Mees Kees', een negentienjarige stagiair, en zijn schoolklas, met name de ik-figuur, Tobias, een jongen die zijn vader verloren heeft. Mees Kees zit boordevol grappige invallen maan heeft niet veel belangstelling voor de opvoedkunde. Een toffee heet een 'laatste waarschuwing' en die krijg je als je je mond nu echt moet houden. Hij staat daarmee natuurlijk in een traditie van vrolijke anarchie in Noord-Europese kinderboeken. In boeken vallen de regels weg.

Hoe dun het ook is, mijn leeservaring met Mees Kees in de gloria in precies twee delen te scheiden. Het eerste deel speelde zich af voor ik het gesprek met Mirjam Oldenhave op de radio had gehoord. Ik vond de personen toen weinig geloofwaardig, en dat het allemaal wel heel warm en fijn was in de klas, maar dat er teveel niet klopte. Op zeker moment legt een juf aan de klas uit dat je de some 5x6 ook kunt uitrekenen door 10x3=30 uit te rekenen. Daarna vraagt ze aan de klas: hoeveel is nu 5x14? Tom, de slimste jongen van de klas schrijft dan op het bord: 5x14=40x1.75=70 Vervolgens snapt hij niet waarom dat niet de bedoeling is.

Daar klopt van alles niet aan. Bijvoorbeeld schrijft een Nederlands kind niet 1.75, maar 1,75, en verder moet je wel een beetje onnozel zijn om te denken dat Toms manier om een som op te schrijven hetzelfde stramien schrijft als dat van de juf. Het is allemaal grappig bedoelt, maar als ik een slim kind was en dit las, zou ik me niet begrepen voelen.

Maar alles wat er na dit hoofdstukje over rekenen kwam, las ik nadat ik Oldenhave op de radio hoorde, en merkte hoe sympathiek ze was en hoeveel ze om kinderen gaf. Dat werd toen ineens deel van het boek, haar stem begon ineens mee te klinken, en toen vergaf ik haar alles. Aan het eind werd ik zelfs ontroerd door het gesprek dat Mees Kees en Tobias hebben - zelden zo'n overtuigende weergave gelezen van hoe mensen elkaar nodig kunnen hebben.

Frank Provoost (red.) Reggae en ratelslangen. Leiden: LUP, 2010.

Frank Provoost. Reggae en ratelslangen Het Leidse Mare is al jarenlang een kweekvijver voor schrijvers – veel meer dan andere universiteitsbladen, geloof ik, misschien met uitzondering van het Amsterdamse Folia. Eerder werkten onder meer Boudewijn Büch, Ilja Pfeijffer en Christiaan Weijts voor het blad, nu zijn de schrijvers Arjan van Veelen en Thomas Blondeau eraan verbonden. Blondeau steelt in deze bundel wat mij betreft de show, met vier prachtige stukken, waarvan dat over Elsje van Kessel, PhD-student (Instituut voor Culturele Disciplines) en wanhopig op onderzoek in Florence misschien nog wel de mooiste is:

"Op de lange tafels waar de naslagwerken worden geraadpleegd, liggen briefjes met een indrukwekkend wapenschild. Het Ministero per i Beni e le Attività Culturali geeft te kennen dat de komende drie dagen een maximum van drie boeken en drie archiefstukken aangevraagd mag worden. Een opgaaf van redenen voor deze beperking ontbreekt."

Ook verder is de bundel zeer lezenswaard. Erg diep gaat het nooit, maar alles bij elkaar krijgt de lezer een aardig beeld van wat vooral jonge onderzoekers drijft. Wie zo onvoorzichtig was om niet naar de opening van het academisch jaar te gaan kan het boek overigens ook nog in de winkel kopen.

18.10.10

Aliefka Bijlsma. Mede namens mijn vrouw. Amsterdam: Augustus, 2010.

Aliefka Bijlsma. Mede namens mijn vrouw Zo wantrouwig en achterdochtig als ik aan dit boek begon, zo overtuigd kwam ik er weer uit. Ik volg de hedendaagse Nederlandse literatuur niet op de voet, en van Aliefka Bijlsma had ik als ik eerlijk ben nog nooit gehoord. Als de uitgever en de schrijfster niet eerder deze maand hadden besloten om het boek gratis als e-book te verspreiden, had ik misschien nooit kennis gemaakt met haar werk. En als ik niet zo koppig was geweest, had ik het bestand na de eerste veertig pagina's weer gesloten, net voor het moment dat het me nu ineens greep en verder sleurde.

Net als de twee andere boeken uit 2010 die ik deze maand gelezen heb - Nemesis van Philip Roth en La carte et le territoire van Michel Houellebecq - gaat Mede namens mijn vrouw over werk. Bij de centrale personen in het boek, de 59-jarige diplomaat Melchior, zijn 43-jarige vrouw, de kunstenares Learra en zijn nog jongere Ghanese bediende Mercy - lopen werk en privé-leven dwars door elkaar heen. Melchior woont bijvoorbeeld in zijn ambtswoning, waar ook af en toe bijeenkomsten worden georganiseerd, waar alle Nederlanders in Rio de Janeiro komen kijken hoe die consul-generaal nu precies woont. En ook verder haalt Melchior al zijn eigenwaarde, al zijn relaties en al zijn bevrediging uit zijn werk en de status die dit brengt.

Ook de vrouwen hebben beroepen die het bijna onmogelijk maken om het privé-leven en het beroep te scheiden. Mercy woont bij Melchior in huis en is alleen al daardoor nooit alleen. Learra verstrikte als kunstenares ook haar persoonlijk leven en haar bron van inkomsten, maar is sinds ze getrouwd is met Melchior ziek. Ze lijdt aan een vermoeidheidssyndroom en kan daardoor werken noch leven.

Mede namens mijn vrouw is het verhaal van vooral de morele ondergang van Melchior, die ermee begint dat hij een keer te onvoorzichtig is in het niet aanbrengen van de scheiding, en een gratis vlucht naar Amsterdam van KLM accepteert, en ermee eindigt dat hij werkloos en volkomen alleen ten onder gaat in een monstrueus beschreven Schevingse nieuwjaarsduik.

De eerste pagina's moest ik even doorbijten. Misschien had dat met mijn vooroordelen te maken, misschien zijn die eerste pagina's ook inderdaad nog een beetje een lange en trage aanloop naar het spel van verloedering en afgang aan het eind. Ik ben blijk dat ik heb doorgezet. Voor een volgend boek van Aliefka Bijlsma wil ik best betalen.

10.10.10

Philip Roth. Nemesis. London: Random House, 2010

Philip Roth. Nemesis

Bucky Cantor, een jonge atletische Amerikaanse man mag in 1944 niet in de oorlog meevechten, omdat zijn ogen niet goed genoeg zijn. In plaats daarvan begeleidt hij kinderen in een zomers sportpark in Newark. De kinderverlamming slaat daar echter toe - een ziekte die Cantor uiteindelijk voor de rest van zijn leven lichamelijk en vooral geestelijk zal knakken.

Waar moet ik beginnen om dit melancholieke en treurige en wijze boek te prijzen? Ik ben een bewonderaar van Philip Roth, er zijn weinig schrijvers van wie ik zoveel gelezen heb. En toch heeft hij me met deze novelle toch weer te pakken.

Veel mooie romans laten veel verschillende kanten van de zaak zien, allemaal begrijpelijk en toch niet met elkaar in overeenstemming. Roth kan dat ook: de lezer heeft het gevoel dat hij iedere persoon in dit boek kan begrijpen, ook als ze ruzie maken. Dat draagt bij aan het gevoel van pracht en treurnis dat na het dichtslaan beklijft.

Neem de titel van het boek, Nemesis. Dat verwijst naar de woede die Bucky Cantor voelt tegenover God die zomaar polio bedacht heeft en daarmee kinderen slaat en laat sterven. Die woede keert zich op een zeker moment ook tegen Cantor zelf, omdat hij meent dat hij de ziekte heeft helpen verspreiden. Zulke woede wordt door de verteller hubris genoemd en, hoewel dat nergens expliciet wordt gezegd, was Nemesis de godin die hubris kwam bestraffen. Maar die godin gaat dan zelf ook weer behoorlijk wreed te werk. Cantor had zijn geknakte leven toch ook weer niet verdiend.

Dan nog iets. Op Facebook las ik dat de PvdA-politicus Frans Timmermans Nemesis ook gelezen heeft. Hij vroeg zich af of er met die polio een verwijzing bedoeld kon zijn naar de holocaust. In een recensie meldt J.M. Coetzee dat Philip Roth in 2008 La Peste van Albert Camus herlezen heeft. In dat laatste boek wordt de pest in ieder geval wel als metaforisch voor het nazisme gelezen. Coetzees recensie bevat trouwens nog veel meer interessante observaties over het boek. Boeken lezen kan door het internet ook verrijkt worden.

8.10.10

Willem Elsschot. Lijmen/Het been. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009 (1924-1938)

Willem Elsschot. Lijmen/Het been

Lijmen en Het been van Willem Elsschot gaan over de kracht van verhalen. Boormans verkoopt verhalen aan zijn klanten, goedgelovige bedrijfsleiders, die het succesverhaal van hun bedrijf ook weleens met mooie foto's afgedrukt willen zien in dat Wereldtijdschrijft dat hij uitgeeft. Hij zorgt daar ook voor, maar laat ze daarvoor - met zijn verhalende kracht - wel tekenen dat ze honderdduizenden exemplaren aannemen. Daarover gaat Lijmen: je kunt terecht zeggen dat het oplichting is, maar oplichting gaat dan ook meestal over verhalen.

In Het been lijkt het verhaal lange tijd het onderspit te delven. Een van Boormans klanten, een vrouw die een smederij heeft geleid en 100.000 exemplaren van het Wereldtijdschrift heeft afgenomen, strompelt nu op een houten been, en als Boormans daar (na de dood van zijn vrouw) achterkomt, begint dit aan zijn geweten te knagen. Hij wil haar het geld teruggeven en probeert dat weer met allerlei prachtige verhalen, maar zij weigert simpelweg, waardoor hij uiteindelijk bijna in het gekkenhuis belandt. Het verhaal is te absurd geworden en de lichamelijke werkelijkheid - dat been - te klemmend. Maar uiteindelijk wint ook hier het verhaal, in de vorm van een geparenteerde pastoor, die het geloof vertegenwoordigd, een van de grootste verhalen - sommigen zouden zeggen: een van de grootste oplichtingen - ooit.

Het verhaal wordt bovendien verteld via allerlei tussenpersonen: de geschiedenis van Boormans wordt gedaan door zijn assistent, Laarmans, aan een oude vriend, en de laatste is degene die ons het verhaal weer vertelt. Waarom er zo'n grote afstand wordt ingebouwd, weet ik niet precies, het is in ieder geval een manier waarop je Laarmans van alle kanten kunt bekijken.

Maar bovenal zijn Lijmen en Het been samen mogelijk een van de krachtigste verhalen die er ooit in het Nederlands geschreven zijn. Ik las het als jongen van zestien, en herinnerde me er meer dan vijfentwintig jaar later nog bijna alles van. Dat overkomt me niet vaak.

3.10.10

Michel Houellebecq. La carte et le territoire. Paris: Flammarion, 2010.

Michel Houellebecq. La carte et le territoire

Als Michel Houellebecq echt een visionair is, ziet het er somber voor hem uit.In zijn boek Plateforme beschreef hij een terroristische aanslag door moslims nog voordat 11 september had plaatsgevonden. Sindsdien geldt Houellebecq voor sommigen als iemand die in de toekomst kan kijken, maar in zijn nieuwe roman wordt een schrijver die Michel Houellebecq heet en boeken zoals Plateforme geschreven heeft, op een gruwelijke manier vermoord - en dat, zo blijkt alleen maar om het geld. Want eigenlijk gebeuren alle misdaden om geld, zo bedenkt een van de politieagenten die met de 'zaak Houellebecq' bezig is.

In La carte et le territoire worden allerlei thema's aangeroerd. Er is op het (Franstalige) Internet dan ook al heel veel over te lezen, maar het wekt meestal de indruk dat de schrijver niet zo goed raad weet met de grote veelheid aan thema's: hoe moeilijk het is om contact te maken; dat alles in de huidige Westerse maatschappij op de een of andere manier 'werk' is; dat Frankrijk over enkele decennia een toeristisch oord zal zijn, waar authentieke limouzijnse ontbijtjes zullen worden geserveerd aan Aziatische toeristen, en ga zo maar door.

Ik werd vooral getroffen door het thema verhalen tegenover beelden interessant. Negen jaar geleden vroeg ik me af waarom Houellebecq bij zijn verhaal Lanzarote ook een boekje met foto's moest opnemen. Nu heb ik eindelijk antwoord: in dit boek zegt de al iets oudere Houellebecq - het verhaal speelt zich grotendeels af in het komende decennium - dat hij niet meer in verhalen gelooft en des te meer in beelden. Dat verklaart dan misschien ook waarom zijn nieuwe hoofdpersoon een beeldend kunstenaar is, waarvan Houellebecq met zoveel plezier in zoveel detail alle projecten beschrijft, of waarom Houellebecq zelf zijn roman La possibilité d'une île heeft willen verfilmen. Ik begrijp nu ook waarom ik bij Houellebecqs eerdere boeken vaak het gevoel had dat ik iets niet snapte (zie bijvoorbeeld ook wat ik noteerde over Plateforme): ik was teveel op zoek naar het verhaal, en zag te weinig de beelden.

Het allereerste beeld dat in La carte et le territoire wordt beschreven is een schilderij dat de hoofdpersoon, de schilder Jed Martin, probeert te maken over een bijeenkomst waarin Jeff Koons en Damien Hirst de moderne kunst onderling verdelen. Koons neemt het lichte, ironische en goudgerande voor zijn rekening, Hirst het macabere en het duistere. Het lukt Martin niet om dat schilderij te maken, misschien omdat het hem niet lukt om die twee dingen in één beeld te verenigen. Precies dat is Houellebecq wel gelukt, vind ik: één beeld maken dat soms grappig is en dan weer wanhopig, soms keihard en dan weer teder en zacht, soms oerlelijk en dan weer verblindend mooi.