Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Wolkers. Zomerhitte.

Jan Wolkers. Zomerhitte. Stichting CPNB, 2005.

Een fotograaf bewondert de natuur en een vrouw op een (wadden-)eiland, en wordt zo gaandeweg getuige van drugssmokkel door een minimale bende, die bestaat uit de vrouw en twee mannen. Eind goed, al goed: de mannen gaan dood, de vrouw gaat met de fotograaf op 'huwelijksreis' naar Zuid-Frankrijk.

Merkwaardig: dat de hoofdpersoon herhaaldelijk aan andere personen vertelt wat hij heeft meegemaakt: iets wat je zelf ook al gelezen had, behalve dat de fotograaf er elke keer weer een draai aan geeft. Het zal wel over realisme gaan.

Als een oude schrijver na jaren van zwijgen ineens weer opduikt, kun je dat werk vergelijken met zijn oudere werk (ik heb eigenlijk ook alleen het oudste werk gelezen: Kort Amerikaans, Serpentina's Petticoat, Terug naar Oegstgeest, Turks fruit .) Maar opvallender vond ik de gelijkenis met andere schrijvers.

Het meest in het oog springt de overeenkomst met Maarten 't Hart, bijvoorbeeld met diens laatste boek Lotte Weeda. Als je ze gaat opsommen zijn de overeenkomsten zelfs verbijsterend: twee misdaadromans, twee hoofdpersonen met obsessies voor de natuur, voor kunst (beeldende kunst of muziek), voor vrouwen en vooral voor de natuur. Uitwijdingen als de volgende zouden uit allebei de oeuvres kunnen komen (een veldwachter spreekt):

[M]omenteel heb ik iets bijzonders onder mijn hoede. Een broedende velduil. Over die duinenrij daar is een dal met duindoorns en lage begroeiing. Daar broedt een velduil. Dat heb ik in jaren niet meer meegemaakt. Er is ook weinig prooi voor ze. Konijnen zijn een zeldzaamheid geworden sinds het VHS-virus ze heeft gedecimeerd.

Natuurlijk, Wolkers besteedt veel meer aandacht aan kots en seks, maar toch vertegenwoordigen deze twee heren de stroming van het vitalisme, het houden van het rauwe leven én van boeken en kunst.

Op een paar plekken klinkt trouwens ook een andere toon. Op bladzijde 74 laat Wolkers iemand zeggen:

En nu gaan we koffie drinken. Het is me zelfs gelukt om zonder doopsel van koffieroom u een kop koffie te offreren.

Dat soort in de mond leggen van diepzinnigheden over alledaagsheden (koffieroom een doopsel noemen), dat associeer ik met A.F.Th. van der Heijden -- maar die zou ik weer niet zo vitaal willen noemen.

Zijn 't Hart en Van der Heijden beïnvloed door Wolkers? Of heeft deze zich op zijn beurt door zijn jongere collega's laten inspireren? Wie zal het zeggen. Nauwkeurig overlezen van het oudere werk zou uitsluitsel kunnen geven. Waarschijnlijk lijkt mij dat het allebei de kanten op is gegaan: Wolkers heeft zijn invloed gehad, en die invloeden bij anderen ook weer opgeslorpt.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…