30.5.10

William Shakespeare. The Taming of the Shrew. London: BBC, 1980 (1504).

William Shakespeare. The Taming of the Shrew Sommige mensen kunnen alles. John Cleese bijvoorbeeld, die slechts een keer in zijn leven Shakespeare heeft gespeeld (geloof ik) en toen meteen maar liet zien wat dat rare stuk The Taming of the Shrew eigenlijk beduidt.

Wat je dan ziet: een man heeft twee dochters, de een wordt beschouwd als lieflijk en gehoorzaam, de ander als (te) scherp van tong en opstandig. Dat is bijna de situatie uit King Lear. Dat stuk is een tragedie en dus gaat de held tenonder aan de valse schijn en door te kiezen voor de 'lieve' dochter, terwijl The Taming een komedie is, en de held dus inziet dat het de moeite loont om de rappe van tong te temmen, omdat zij uiteindelijk van goud zal blijken te zijn. Hij zal er vele nachten niet voor moeten slapen en allerlei ellende mee moeten maken alleen maar om haar wil te breken. (In een interessante blog legt Theodora Goss uit dat Petruchio te werk gaat als een valkenier.) Maar uiteindelijk breekt dan haar gouden hartje open, terwijl haar zus veel ongehoorzamer blijkt te zijn.

Natuurlijk weerspiegelt dit in zekere zin de man-vrouwverhoudingen uit Shakespeares tijd, maar uiteindelijk gaat het over thema's die niet zoveel met mannen en vrouwen te maken hebben: de eeuwige verschillen tussen binnenkant en buitenkant die voor Shakespeare zo belangrijk waren, maar ook de bittere waarheid dat sommige mensen gaan houden van degene die hen vernedert.

29.5.10

Ralph Ellison. Invisible Man. Truly-free.org, 2009 (1952)

Ralph Ellison. Invisible Man Wie zou er een getalenteerde zwarte jongen uit het zuiden willen zijn in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw? De verteller van dit boek niet — en dan is het jammer dat hij zwart is, en talent heeft, en in de verkeerde tijd geboren is. Hij krijgt een beurs om op een goed liberal arts college te studeren, maar daarvoor moet hij wel eerst op een vernederende manier fysiek knokken met een aantal andere jongens. Hij komt op die school, en wordt met alle egards behandeld, tot hij net een keer teveel zelf een beslissing neemt. Hij komt in New York uiteindelijk terecht bij een communistische groepering omdat hij zo goed kan spreken, maar ook daar wordt hem gaandeweg duidelijk dat het zijn 'broeders' er niet om te doen is dat hij zelf denkt. Teleurgesteld wordt hij 'onzichtbaar' en trekt zich terug in zijn hol onder de grond om dit boek te schrijven.

Uit wat ik op internet om dit boek heen gelezen heb, maak ik op dat er heftige discussie is geweest over de vraag of dit nu een zwart boek is. Volgens mij hebben allebei de partijen ongelijk: het boek neemt een concrete persoon met zijn concrete problemen, in dit geval een zwarte persoon met zijn zwarte problemen, maar de onzichtbaarheid waar hij onder lijdt is uiteindelijk die van iedereen. Je zou net zo goed kunnen zijn dat dit boek gaat over de problemen van mensen die goed kunnen speechen, want daar gaat het net zo goed over. De wereld hangt aan hun lippen, en toch kent de wereld hen niet.

Die onzichtbaarheid heeft iets pathetisch, vind ik. Natuurlijk wordt de hoofdpersoon steeds weer teleurgesteld, en natuurlijk neemt niemand hem serieus. Maar om je dan terug te trekken en jezelf onzichtbaar te verklaren, dat gaat nu wel weer wat ver, of in ieder geval: niemand heeft er iets aan. Daar komt bij dat hij af en toe toch heus voor iemand zichtbaar is geweest, of in ieder geval voor een persoon: zijn eerste hospita in New York, die hij verlaat zodra hij voor de communisten kan gaan werken. Was dat toch geen teken van hoop?

28.5.10

Nico Dijkshoorn. Dijkshoorn. Zijn beste verhalen. Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2010.

Nico Dijkshoorn. Dijkshoorn Ik heb niet veel gesigneerde boeken, maar in zijn nieuwe bundel verhalen Dijkshoorn heeft de auteur wel iets geschreven. Niet dat ik het lezen kan; er staat eerst een datum (10.03.10) en dan staat er Romxx XXAx (misschien: Roman Klaar, maar ik weet het niet helemaal zeker.), en dan de woorden 'nu nog leren koken').
Ik heb dit gesigneerde exemplaar gekregen van de internetboekwinkel Boox.nl omdat ik rechts op deze pagina een link naar hun winkel heb opgenomen. De opdracht is dus niet voor mij bedoeld, ik denk niet dat Nico Dijkshoorn graag wil dat ik leer koken.

Dijkshoorn is een schrijver die het vooral moet hebben van zijn tomeloze energie, een draver, iemand die maar voortraast. Af en toe lees ik weleens wat van hem op het internet, en dat doe ik al zijn hele carrière lang, te beginnen met de stukjes die hij schreef bij de eerste serie van Big Brother. Want zijn schelden en tieren over Big Brother, dat is wat hem in eerste instantie beroemd maakte. Ook dat was al die overstelpende energie.

Het leukst vind ik Dijkshoorn als hij die energie inzet voor absurditeiten. Hij houdt bijvoorbeeld veel van gnoes, die komen in verschillende van zijn verhalen voor. Het hoogtepunt is voor mij een verhaal waarin hij eigenhandig een hert wil slachten omdat mannen dit nu eenmaal doen als voorbereiding voor het kerstdiner. Omdat hij te laat is, moet hij het uiteindelijk doen met een oude gnoe, die nog heel wat weerstand lijkt te bieden:

Dat viel niet echt lekker. De gnoe stond zwaar ademend midden in de tuin. Hij was nogal gehecht aan zijn vlees. 'Leid jij hem af, dan finish ik hem.' Ik probeerde de gnoe naar me toe te lokken met typische gnoeprovocatietjes.'

Ik begrijp alleen niet zo goed wat Dijkshoorn uiteindelijk in een boek te zoeken heeft. Bijna alles in dit boek staat ook elders op internet, en daar werkt het ook prima. Juist die onvermoeibare heftigheid houdt daar goed stand – je kunt je toch iets minder goed voorstellen dat pakweg Cees Nooteboom ooit zou zijn doorgebroken op het internet. Omgekeerd is het papier een beetje te bedaagd voor dit soort stukken. Er staat bijvoorbeeld een 'Tweetverslag voorrondes en finale Songfestival 2009' in. Dat werkt live, op Twitter, veel beter.

Aan de andere kant, de schoorsteen moet roken. Ga dat boek dus kopen; als het even kan op Boox.nl.

14.5.10

Walt Whitman. Leaves of Grass. Grasbladen. Amsterdam: Em. Querido, 2005 (1855).

Walt Whitman. Leaves of Grass. Grasbladen

Vertaling: Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, e.a..

'I celebrate myself' is de eerste regel van Walt Whitman's beroemde bundel Leaves of Grass uit 1855, die een paar jaar geleden, toen de bundel inmiddels 150 jaar oud was, in het Nederlands vertaald werd door 22 dichters. 'Ik bejubel mijzelf' is bijvoorbeeld de vertaling van de eerste regel, gemaakt door Anneke Brassinga.

Ik bejubel mijzelf? Daaruit blijkt weinig uit de rest van de bundel, dat eerder een viering is van zichzelf, en dan vooral als zichzelf als een van de vele, vele, vele voorbeelden van hoe prachtig en groot en wijds en gevarieerd is. Whitman viert zichzelf, omdat hij leeft en daarmee deel kan hebben aan alles wat er is.

Als Brassinga de enige vertaler was geweest, was die eerste regel misschien een reden geweest om het boek snel in een hoek te gooien: hier is iemand aan het woord die iets anders leest dan ik. Maar nu weet je dat er nog 21 kansen zijn, en lees je door.

De mooiste vertaling vond ik die van Hans Verhagen, van het overigens ook prachtige gedicht De slapers, met strofen zoals:

The wretched features of ennuyees, the white features of corpses, the livid faces of drunkards, the sick-gray features of onanists,

The gashed bodies on battlefields, the insane in their strong-doored rooms, the sacred idiots,
The newborn emerging from gates and the dying emerging from gates,
The night pervades them and enfolds them.

De zielige gelaatstrekken der lustelozen, de lijkwitte trekken van lijken, de verlopen koppen van drinkers, de afgetrokken gezichten van zelfbevredigers,
De opengereten lichamen op slagvelden, de geesteszieken achter beveiligde deuren, de heilige idioten,
De pasgeborenen die opduiken uit poortjes en de stervenden die opduiken uit poortjes,
De nacht doordringt ze en omhult ze allemaal.

Whitmans voornaamste stijlmiddel is de opsomming: hij probeert niet door te dringen in de verlopen koppen van de drinkers, hij gebruikt ze om te springen van de trekken van de lijken naar de gezichten van zelfbevredigers, die op hun beurt ook weer springplanken zijn. De wereld is een exuberant spektakel, en de dichter is een exuberant spektakel in de wereld.

Wat een prachtige poëzie. Gezegend het land dat zo'n dichter heeft voortgebracht (de retoriek vind je als je goed analyseert vast ook terug in de toespraken van Obama of in moderne Amerikaanse dichtkunst). Gezegend ook de cultuur die zoveel dichters heeft die zo'n bont palet aan vertalingen voort weten te brengen. En dan ontbreken nog dichters als Zwagerman en Schouten die ook vast interessante bijdragen hadden kunnen leveren, maar nu blijkens het omslag de grootheid hadden om in de krant te jubelen over deze uitgave. Te jubelen, ja, en te vieren.

2.5.10

Michael Willers. Algebra. Van vectoren tot variabelen: het ABC van X plus Z. Kerkdriel: Librero, 2010.

Michael Willers. Algebra. Van vectoren tot variabelen: het ABC van X plus Z

Vertaling: Debby Nieberg.

Wiskundigen denken dat niet-wiskundigen denken dat wiskunde iets uitermate stoffigs is. Misschien hebben ze daar gelijk in, die wiskundigen. Maar ik denk dat ze zich vergissen als ze denken dat alle niet wiskundigen er zo over denken — zelfs degenen die boeken kopen met een titel als Algebra. Van vectoren tot variabelen.

Misschien hoorde ik ook niet helemaal tot de doelgroep van dit boek. De wiskunde die erin wordt uitgelegd is wel een beetje heel erg simpel. En als de auteur wil uitleggen dat het getal π de moeite waard is, zegt hij: "Ik heb het op een T-shirt staan. En regelmatig komen er mensen naar me toe die zeggen dat ik zo'n leuk T-shirt heb." Kijk, daar gaat het wiskundig hart wel ineens een stuk warmer van kloppen.

Misschien is het een cultuurverschil? De toon van het boek was wat mij betreft wel erg Amerikaans. Het ziet er trouwens wel mooi en elegant uit, de Nederlandse uitgever heeft zijn best gedaan. Het boek ziet er misschien alleen te degelijk uit voor het tamelijk lage niveau en het populaire toontje dat erin wordt aangeslagen. Het is in ieder geval opvallend dat ik Algebra, dat dit jaar is uitgegeven, nu al bij De Slegte in de ramsj kon kopen.

1.5.10

Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou. Logicomix. Een epische zoektocht naar de waarheid. Amsterdam: De Vliegende Hollander, 2009.

Apostolos Doxiadis. Logicomix

Vertaling:
Mat Schifferstein

Bertrand Russell had als jongeman een ambitie: hij wilde de wiskunde, die basis van al onze wetenschappelijke kennis, zelf een echt stevige basis geven in de logica. In de loop van der jaren komt hij er na een jarenlange worsteling en discussie met denkers als Gödel en Wittgenstein achter dat dit niet nodig is. Hij vertelt zijn levensverhaal in een lezing voor een groep pacifisten die willen dat hij Amerika oproept om niet aan de Tweede Wereldoorlog mee te doen. En dat verhaal wordt weer verteld door een team Griekse stripmakers, samen met een vriend van de tekstschrijver, een informaticus.

Griekenland, logica en een historisch verhaal over een worsteling — daar heb je zo een stapel onderwerpen te pakken die me interesseren. Ik heb dan ook een heerlijke avond gehad met Logicomix. Zo'n gymnasium-avondje, waarin je wat Griekse letters kunt ontcijferen (Russell schreef zijn dagboek als jongen in die letters, waarbij dan overigens opvalt dat je de letters niet in het klassiek-Grieks, maar het modern-Grieks moet lezen voor het beste resultaat).

Daar komt dan nog bij dat ik, blijkens dit weblog, eigenlijk nooit beeldverhalen lees; terwijl dit een verhaal is dat niet anders verteld kan worden dan als beeldverhaal: niet alleen doordat de gezichtsuitdrukkingen van de personen iets toevoegen, maar ook doordat het onder andere ook een verhaal is over de grenzen van de taal, over wat niet gezegd maar misschien wel getoond kan worden. Zo wordt de strip ineens een manier om wijsheid over te dragen.