15.1.12

Kālidāsa. The recognition of Śakuntalā. Oxford University Press, 2001 (4e eeuw n. Chr.)

Vertaling: W.J. Johnson

Wat weten we echt van de werkelijkheid? Niet veel, volgens het oude Indische toneelstuk De herkenning van Śakuntalā. En voor wat we wel weten zijn we overgeleverd aan de grillen van anderen, van magiërs bijvoorbeeld en van onze eigen beperkingen.

Het verhaal draait om een aantal scharnierpunten waar mensen elkaar niet herkennen. Een koning komt aan in een woud waar een asceet leeft met zijn dochter en raakt hevig verliefd op dat meisje, Śakuntalā. Hij trouwt haar ter plekke en ze raakt meteen zwanger van hem. Wanneer de koning echter terug is gekeerd naar zijn hof, loopt Śakuntalā per ongeluk tegen een magiër aan tegen wie ze veel te grof is. Die spreekt daarom een vloek uit dat haar geliefde haar niet meer zal herkennen. Als hem dan wordt tegengeworpen dat Śakuntalā hém eigenlijk al niet herkende, niet wist tot welke kaste hij behoorde, verzacht hij de vloek: als de geliefde een object te zien krijgt dat hij haar gegeven heeft, komt zijn geheugen weer terug.

Zo geschiedt. De koning herkent Śakuntalā niet meer en kan zich zelfs niets meer over haar herinneren. Ze wil hem dan haar ring laten zien, maar is hem verloren. Pas als hij even later — Śakuntalā is dan al in arren moede vertrokken — opduikt in de buik van een vis, weet de koning alles weer. Een paar jaar later vindt hij haar en zijn zoon weer terug, weer door een merkteken: de zoon draagt een armband die alleen kan worden opgetild door een van zijn ouders en de koning tilt hem min of meer toevallig op.

Het is een fascinerend verhaal. Aan de ene kant is de wereld van Śakuntalā ons natuurlijk volkomen vreemd. Een detail als dat iemand vergeven moet worden voor haar ruwe gedrag omdat ze nu eenmaal niet wist tot welke kaste de ander behoort is voor de moderne westerse mens maar moeilijk te vatten.

Tegelijkertijd hebben die hindoes volgens mij een veel realistischer kijk op de wereld dan menige moderne westerse mens — of althans een blik die meer lijkt op de mijne. Het is ook allemaal niet te begrijpen wanneer je je nu wel of niet iets herinnert. De allerbelangrijkste dingen kunnen soms ineens uit je geheugen gewist zijn om redenen die je niet goed vatten kunt. Dat dan toeschrijven aan een 'vloek' is niet meer of minder reëel dan iedere willekeurige alternatieve verklaring die je zou kunnen verzinnen.

Het allerinteressantst is misschien nog wel dat objecten (sieraden) steeds zo'n belangrijke rol spelen bij het terugvinden van de herinnering: de koning herkent zijn vrouw aan een ring, zij herkent hem in zekere zin aan een armband. Voor zover ik weet, speelt dit in modern onderzoek naar geheugen ook een rol, en in ieder geval is het in de Europese literatuur weer bekend sinds Proust: concrete voorwerpen kunnen hele werelden van herinnering terugroepen.

Geen opmerkingen: