Doorgaan naar hoofdcontent

Vincent van der Noort. Getallen zijn je beste vrienden. Ontboezemingen van een nerd. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011.

Vincent van der Noort. Getallen zijn je beste vrienden. Ontboezemingen van een nerd Wat moet het prettig zijn om Vincent van der Noort als wiskundeleraar te hebben! Zoals die man kan vertellen over zijn vak, over de wiskunde, hoe enthousiast hij is, hoe hij de lezer in dit boek allerlei uithoeken van zijn vak laat zien om uiteindelijk uit te komen bij een op het oog geavanceerd en volkomen abstract resultaat over symmetriegroepen en meerdimensionale ruimtes.

De wiskunde is een vreemde discipline. Je bent doorlopend met zaken bezig die je andere mensen niet of nauwelijks kunt uitleggen. Dingen waarbij je zelf grote schoonheid ervaart, maar die een ander alleen kan zien als hij bereid is er heel veel moeite in te steken. En de meeste mensen zijn daar niet toe bereid.

Nu heb je dat in andere wetenschappen natuurlijk ook, dat hetgene waar jij in gespecialiseerd bent alleen echt begrepen kan worden door andere specialisten. Maar in die andere vakken bestaat het ding dat je bestudeert ook nog buiten je vak om: er is ook taal buiten de taalkunde en natuur buiten de natuurkunde, maar nauwelijks wis buiten de wiskunde.

Op het gebied van de wiskunde ben ik denk ik een prototypische geïnteresseerde leek. Ik vond het een leuk vak op de middelbare school, ik lees er graag over, maar weet er bijna niets van. Van der Noort heeft het talent om iemand als mij dan helemaal zijn vak in te slepen. Of ik alles helemaal tot inde details begrepen heb, weet ik niet; ik heb in ieder geval een indruk gekregen van het soort onderwerpen waar Van der Noort (hij promoveerde in Utrecht) mee bezig is. Hij probeert de lezer erbij te houden met raadseltjes en anekdotes en ideeën voor gedichten en grapjes, maar zelfs de wiskunde op zich dist hij al zo smakelijk op dat ik het boek bijna letterlijk in éėn adem uitlas. Ik zat in de trein tussen Utrecht en Eindhoven, maar heb niet gemerkt dat we in Den Bosch stopten en was bijna vergeten om in Eindhoven uit te stappen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …